- Tot $2400 cash bonus
- Populaire thema's
- Versch. talen
Al eeuwen wordt er gediscussieerd over kaart- en gokspelletjes en hun relatie tot zedenverval. Zo werd er in Utrecht omstreeks 1752 voor het eerst actie ondernomen om de 'ontheiliging' van zon- en feestdagen te keren. Burgers gingen zich volgens het stadsbestuur teveel te buiten aan alcohol en andere onchristelijke tijdsverdrijven als kaartspellen, terwijl ze hun ‘godsdienstige verplichtingen’ verzuimden.
“Onordentelijkheden” in en om de kerken verstoorden de diensten; het drankgebruik, de kaartspelletjes, gegok, gevloek; het is eigenlijk regelrechte Godslastering, waarmee God getoornd wordt. Het Utrechtse stadsbestuur besloot in de zomer van 1752 om een aantal maatregelen af te kondingen, welke met geldboetes kracht werden bijgezet. Zo mocht er vanaf dat moment geen handel meer gedreven worden op zondagen en andere religieuze feestdagen. Koffiehuizen, tappers, herbergiers, drankverkopers en biljarthouders moesten de deuren en vensters tussen 8 uur ‘s ochtends en 4 uur ‘s middags gesloten houden. Alleen reizigers mochten door hen van drank worden voorzien. Verenigingen mochten geen feesten meer organiseren op deze dagen.
Kosters, doodgravers en kerkelijke bedienden werden opgeroepen om overtredingen te signaleren en lawaaimakers te waarschuwen voor sancties. Vloeken werd een misdrijf en tijdsverdrijf dat volgens het stadsbestuur bijdroeg tot het zedenverval werd verboden. Naast kaart- en gokspelletjes mocht er niet meer gedanst worden, hoepelen werd verboden en schieten op vogels of “kloten”, kegelen, kaatsen, kolven, biljarten, triktrak, dobbelen kwamen allen op de zwarte lijst te staan. Werd je op heterdaad betrapt met kaarten op zondag, dan kreeg je een boete van drie gulden! In die tijd werd niet alleen in Utrecht het zedenverval aangepakt, ook andere steden deden hun best om de misdragingen van het volk in te perken. De tien geboden waren er immers niet voor niets!
Speelkaarten werden in Europa voor het eerst in de veertiende eeuw gesignaleerd en werden vrijwel gelijk gezien als verderfelijk. Voornamelijk de kerk heeft het niet op de kaartspelletjes en noemt de kaarten “het prentenboek van de duivel”, rechtstreeks afkomstig van Satan zelf, om de mens te verleiden tot het begaan van zonden.
Dat is niet heel vreemd want in de donkere middeleeuwen werd er bij de kaartspelletjes, naar verluid, flink gedronken, gevloekt en zelfs (met messen) gevochten. Al snel ging het de ronde dat kaartspellen de gezondheid zou schaden. Er werd vooral op de vrijdag en de zondag gespeeld, twee dagen die eigenlijk bedoeld waren voor godsdienstige bezinning. Door hieraan niet mee te doen was je een gevaar voor de samenleving, het zou de woede van God kunnen ontketenen en iedereen kunnen treffen, ook zij die niet gokten en kaartten.
Er werden steeds weer nieuwe regels opgesteld om te zorgen dat het kaartspel aan banden kwam te liggen. Er mocht niet meer om geld gespeeld worden, speelkaarten mochten niet meer vervaardigd worden, speciale belastingen werden opgelegd, donderpreken en zelfs brandstapels kwamen eraan te pas. Eigenlijk had men het hele kaartspel wel willen uitroeien, maar dat is duidelijk niet gelukt: poker is razend populair en ook andere gok- en kaartspellen zijn bezig aan een gestage opmars. Wat vindt de kerk daar nu van? Daar wordt geen eenduidig antwoord op gegeven en verschilt waarschijnlijk per religie, stroming en persoon. Zo worstelen een aantal reformatorische jongeren op het internet met de vraag of ze poker mogen spelen. Poker wordt tenslotte door velen gezien als een echt gokspel. Deze jongeren besloten het te zien het als onschuldig tijdverdrijf en niet als een echt spel. Of hun God dat ook zo ziet, is natuurlijk nog maar even afwachten. Ook moslims stellen zich vragen over het spel, op de meeste Islamitische websites wordt het spel echter als satanisch en verderfelijk afgedaan.
Nu zal niemand ontkennen dat voor sommigen het gok- en kaartspel verslavend kan zijn. Een Anglicaanse dominee vergelijkt op de site van de International Playing-Card Society het kaartspel met vuur en een keukenmes, beiden onmisbaar, maar bij misbruik levensgevaarlijk. Deze dominee roemt het leerzame en onderhoudende karakter van kaartspelletjes. Religieus of niet, kaarten heeft voor de meesten onder ons een ontspannende werking en net als met alle andere ‘verderfelijke’ zaken, kan je ervan genieten, maar doe het wel met mate.
Deze editorial werd geschreven met behulp van het boek Het nut van whist, Opvattingen over het kaartspel uit 1998 van F. Cremers en een artikel uit de Gazet van Turnhout online.